Transparantiebenchmark 2013: Rapporteer over een ander

De Transparantiebenchmark dreigt dezelfde fout te maken als GRI: Het opnemen van MVO prestaties van leveranciers. Principieel is MVOplossingen tegenstander van het rapporteren over andermans bedrijf. Rapporteren over de eigen organisatie is al complex genoeg. Kennis over je leveranciers is eenvoudig verkeerd te interpreteren. Voor alle duidelijkheid: Wij vinden het waardevol om inzicht te hebben in de waardeketen en om deze keten te laten aansluiten bij de eigen identiteit. Stemmen met je geld is daarvoor de meest effectieve manier. Transparantie is een maatstaf van openheid, in dit geval openheid over maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het is een verstandige keuze van het Ministerie van Economische Zaken om een MVO-Kristalprijs te koppelen aan een neutrale kwaliteit als transparantie. Het geeft geen pas dat de overheid met behulp van een prijsuitreiking het kwalitatieve oordeel zou vellen: “De Triodosbank is duurzamer dan ABN Amro.” Dat is de taak van NGO’s die websites maken als de Eerlijke bankwijzer. De neutraliteit van de Transparantiebenchmark heeft als belangrijk nadeel dat het resultaat wat zoutloos is. Misschien is dat de reden dat de benchmarkin 2013 aangepast wordt. Het ministerie van Economische zaken heeft middels een consultatieronde belanghebbenden gevraagd hoe zij aan kijken tegen het aanpassingsvoorstel.

Vreemd: Focus van transparantie over de buitenwereld

MVOplossingen vindt het vreemd dat organisaties gestimuleerd worden transparantie te geven over de concurrentie, de leveranciers en de klanten. Behalve dat wij dat niet relevant vinden, is dit ook veel te complex. MVOplossingen vindt dat organisaties gestimuleerd moeten worden om maximale openheid te geven over zaken waarop zij maximaal invloed heeft.

Leeswijzer:

In oranje de conclusie van MVOplossingen

In blauw de indicator zoals geformuleerd door de  Transparantiebenchmark

 

  • Een doorgeschoten omgevingsanalyse
    • 1.3.6 Relevante ontwikkelingen bij de belangrijkste concurrenten Waarom vraagt de overheid aan bedrijven om transparantie te geven welke strategische ontwikkelingen bij de concurrentie belangrijk zijn? Dat past niet in een vrije markteconomie, en sterker nog: het dient niet de duurzaamheid.
    • 1.5 Er wordt inzicht gegeven in de belangrijkste concurrenten van de onderneming Ook dit raakt aan de strategische positionering van een bedrijf. Dat past niet in een vrije markteconomie, en dient niet de duurzaamheid.
    • 2.3 Risico’s en mogelijkheden worden expliciet benoemd, waarbij wordt ingegaan op het mogelijke effecten hiervan op de onderneming en op haar belanghebbenden Van competitieve bedrijven, en zeker beursgenoteerde bedrijven, mag niet verwacht worden dat ze haar strategie tot in detail publiceert. Risico’s die gerapporteerd worden zijn daarom per definitie abstract.
  • Inzicht in de waardeketen is complex en foutgevoelig
    • 4.2 Er wordt een beschrijving gegeven van de keten aan de hand van ten minste drie van onderstaande kenmerken
    1. herkomst van grondstoffen en (half-) fabricaten naar land of regio Dit lijkt ons een arbeidsintensieve klus om deze administratie rond te krijgen. Ook is dit als snel concurrentiegevoelige informatie. Wij hopen dat deze vraag geïnterpreteerd mag worden als: voor grondstoffen en half-fabrikaten in een gevoelige ESG-context, wordt inzicht verschaft in de risico’s en het gevoerde beleid om deze risico’s te managen.
    2. belangrijkste categorieën toeleveranciers onderverdeeld naar eerstelijns, tweedelijns, etc Wordt hier verwacht dat een organisatie gaat opsommen, dat er IT-apparaten gekocht worden, het wagenpark geleased wordt en drukke periodes overbrugd worden met medewerkers van een uitzendbureau? Dit is concurrentiegevoelige informatie, waarvan de toegevoegde waarde, in het kader van transparantie over duurzaamheid, niet duidelijk is.
    3. belangrijkste afzetmarkten en categorieën afnemers
 Op deze vraag kun je niet meer verwachten, dan vage beschrijvingen over de marktpositie, als: Voor onze organisatie blijft China een belangrijke groeimarkt.
    4. belangrijkste onderaannemers indien van toepassing 
    5. de (internationale) handels-, financierings- en eigendomsrelaties van de onderneming 
    • 4.4 De verslaggeving bevat een grafische weergave van de (internationale) waardeketen waarin zij opereert ???
  • 1C Proces van waardecreatie
    • In de verslaggeving is een analyse opgenomen van specifieke sterktes en zwaktes van de onderneming ten opzichte van andere ondernemingen Dit is toch uiterst strategische informatie? Dit kan toch niet van een private organisatie in een vrije markteconomie gevraagd worden? En wat is de toegevoegde waarde voor het maatschappelijk verantwoord ondernemen van een organisatie?
Volgens MVOplossingen zijn de ontwerpers van de Transparantiebenschmark nieuwe stijl doorgeschoten in hun ambitie en daarbij het doel uit het oog verloren.

Het belangrijkste advies van MVOplossingen

  • Maak het invullen van de vragenlijst eenvoudiger Het invullen van  het ‘self assessment’ is een lastige exercitie, door de hoge abstractie van de vragen in combinatie met de summiere toelichting. Er is behoefte aan een uitgebreide invulinstructie om de abstracte vragen te kunnen vertalen naar de organisatie.
  • Test de consistentie van rapporteren Je kunt de koplopers van het peloton onderscheiden door eenvoudigweg de verslagen over een langere periode te beoordelen. Welke doelstellingen zijn 3 jaar geleden gerapporteerd? Wat is daar van terecht gekomen en hoe wordt daar in het laatste jaarverslag over gerapporteerd?
  • Geef procentuele scores In de huidige systematiek behalen organisaties twee deelscores tussen de 0 en 100. Het gevolg is dat je een score iedere keer moet uitleggen. Een score van bijvoorbeeld 98% hoeft niet uitgelegd te worden, men kan meteen vragen: Op welke manier heeft het bedrijf een transparantiescore van 98% verdient?

 Graag hoor ik uw mening, welke ontwikkeling de Transparantiebenchmark past en wat ze beter kan laten!

4 Responses

  1. Deze post is me uit het hart gegrepen.

    Veel informatie die nu onder het mom van ‘transparantie’ gevraagd wordt is niet relevant voor klanten, in de zin dat klanten hier niet om vragen. Daarnaast zijn nogal wat gegevens concurrentiegevoelig, hetgeen ten koste gaat van ondernemerschap, innovatie en concurrentiekracht.

    Met een uitspraak in de blogpost ben ik het niet eens, namelijk dat het aan NGOs is om de duurzaamheid van ondernemingen te vergelijken. NGOs hebben een eigen politieke agenda, en vergelijken dus allesbehalve objectief. Vergelijkingssites zoals de Eerlijke Bankwijzer zijn campagneinstrumenten en geen objectieve vergelijkingsmaatstaven. Ze vergelijken banken namelijk niet op hoe goed ze hun kerntaak vervullen voor klanten, maar zij zien banken als duurzaamheidsmachines die de politieke agenda’s van anderen uit moeten voeren. Het wekt verbazend dat deze NGOs kiezen voor het publiekelijk schandpaalnagelen van bedrijven, terwijl ze veel effectiever zouden zijn als ze consumenten confronteren met hun keuzen. Die genereren immers de vraag naar bankdiensten. Het lijkt er op dat de NGOs er voor kiezen hun eigen donateurs met rust te laten.

    Olaf Brugman
    Issues manager sustainability Rabobank

    Reply
    1. Beste Olaf,

      Het is de taak van NGO’s om de belangen van hun achterban te behartigen en om de doelen te behalen waar zij voor opgericht zijn. MVOplossingen staat voor constructieve dialoog en doneert daarom alleen aan constructieve NGO’s. Ik ben het met je eens dat de eerlijke bankwijzer niet altijd het eerlijke verhaal vertelt en vraag me met jou af, of dat het meest effectieve ‘strijdplan’ is.

      Dank je wel voor je terechte aanvulling, dat het transparant maken van concurrentiegevoelige informatie ‘ten koste gaat van ondernemerschap, innovatie en concurrentiekracht.’.

      Reply
  2. Toen de huidige versie van de TB uitkwam en ik die 2 jaar geleden invulde, wist ik al dat de opstellers doorgeschoten waren. In de evaluatiebijeenkomst destijds met de koplopers dacht ik dat er een storm van kritiek zou losbarsten op de enorme uitbreiding aan vragen en de enorme overlap in de abstract geformuleerde vragen, maar ik stond daarin alleen.

    Zo heb ik vragen 48 t/m 50, ook na ze tientallen keren te hebben gelezen, nooit kunnen doorgronden. Dezelfde bewijsvoering voor antwoorden heb ik bij talloze vragen moeten aanvoeren. Geen auditor -toen van KPMG- die daarover ooit een opmerking heeft gemaakt. Voor mij ‘bewijs’ van de gigantische overlap.

    De voorliggende versie gaat, zoals ik had verwacht, nog veel verder. Het gaat allang niet meer over louter MVO, maar over integrated reporting. Zie m.n. paragrafen 1B en 1C. In ons commentaar hebben wij overigens gevraagd waarom geen aansluiting is gezocht bij de Henri Sijthoff-prijs….

    Bij heel veel vragen uit de TB heb ik zóveel eigen vragen en bedenkingen dat het veel te ver voert om daar nu hier op in te gaan. Ik geloof er niet meer in dat deze trein te stoppen is, tenzij de koplopers massaal hiertegen in het geweer komen. Mijn ervaring uit 2010 stemt mij wat dat betreft allerminst optimistisch.

    Menno van Lieshout
    Senior MVO-adviseur bij Achmea

    Reply
    1. Dank je wel voor je reactie. We zijn het eens. En dat is heel jammer.

      Als specialist in communicatie over duurzaamheid in jaarverslagen zijn GRI en Transparantiebenchmark belangrijke ‘standaarden’. En deze twee worden ongehoord complex gemaakt. Mijns inziens is men het doel van de standaard compleet uit het oog verloren.

      Koplopers
      Het is inderdaad teleurstellend wanneer de koplopers zich niet verzetten tegen deze ontwikkelingen. Juist koplopers dienen zich te verzetten. Ik heb enkele koplopers gevraagd of zij er waarde in zagen wanneer MVOplossingen namens de koplopers een gezamenlijke reactie geeft. Daar was helaas geen geld voor. Dat kan wel eens duurkoop zijn, want hoeveel tijd moet men volgend jaar niet besteden om een fraaie wending te geven aan ongemakkelijke of vaag beschreven vragen.

      Inhoud
      Bij het invullen van de Transparantiebenchmark voor een klant van mij, moest ik tot mijn schaamte bekennen dat ik soms echt geen idee had wat men nou echt vraagt. Daarom stel ik ook in mijn blog, dat er meer begeleiding in de beantwoording nodig is:
      1. Welk doel heeft de vraag?
      2. Welk type antwoord verwacht men?
      3. Is er een voorkeursdefinitie?
      4. Zijn er sectorspecifieke afwijkingen van de voorkeursdefinitie?

      Helaas heb ik van GRI en het ministerie van ELI nog geen uitnodiging gekregen om mijn mening toe te lichten, of te helpen om de juiste koers weer op te pakken. Sterker nog, ze hebben zich uitgeschreven voor mijn nieuwsbrief.

      Reply

Geef een reactie