GRI maak GRI4 eenduidiger en niet complexer

GRI maak GRI4 eenduidiger en niet complexer

[vc_row][vc_column width=”1/1″][vc_single_image image=”13429″ border_color=”grey” img_link_target=”_self” img_size=”full”][dt_gap height=”10″][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_column_text]In de vier onderwerpen hieronder wordt zichtbaar hoe verschillend drie koplopers in de voedingsbranche rapporteren over gelijke indicatoren. Dat maakt de informatie moeilijk vergelijkbaar. En dat vind ik een gemis. Op dit moment ontwerpt GRI de vierde generatie van de rapportagerichtlijn. En ik snap eigenlijk niet wat de ontwerpcriteria zijn. Mijn indruk is dat het doel is nieuwe ambities toe te voegen, niet om de bestaande richtlijn te verbeteren. De ontwikkeling die GRI ons voorhoudt is geïntegreerd rapporteren, en het inzichtelijk maken van de impact in de keten. Twee ambities die het rapporteren er niet makkelijker op maakt. Terwijl er best nog wat af te verbeteren valt aan GRI3.

De verbetering die GRI4 ook zou kunnen zijn

De ontwerpcriteria die ik GRI mee zou geven zijn gericht op simpelweg het verbeteren van de vergelijkbaarheid van rapportages: Maak GRI4 eenduidiger!

  1. Definieer indicatoren heel helder. De definities zijn compleet en beschrijven wat wel gerapporteerd wordt en wat buiten beschouwing gelaten kan worden. De meeteenheden waarin gerapporteerd dient te worden is vastgesteld.
  2. Geef aan hoe een indicator sector-specifiek afgeweken dient te worden van de standaard. Voorbeeld: Standaard rapportage voor water is het waterverbruik in m3. Voor de financiële dienstverlening is de impact van het waterverbruik dusdanig laag en daarmee irrelevant, dat gevraagd wordt om te rapporteren over de financiering van waterprojecten te rapporteren.

Mijn oproep aan GRI is daarom: Ontwerp een richtlijn die leidt tot meer eenduidige rapportages. Dat zijn de rapportages nu niet, dat is te herkennen aan dit mini-onderzoek hieronder. Indien rapportages moeilijk vergelijkbaar zijn, is begrijpen wat de impact in de supply chain op jouw bedrijfsvoering is een schier onmogelijke opdracht: Opnemen van de resultaten van je toeleveranciers in je eigen rapport is in de ogen van MVOplossingen enkele bruggen te ver.

Maak met GRI4 het rapporteren niet complexer, maar simpelweg eenduidiger!

Hieronder worden vier prestatie-indicatoren zoals deze nu worden gerapporteerd beschreven. Lees er 1 of meer, en reageer op deze blog!

Aantal medewerkers werkzaam in het bedrijf

Hoeveel medewerkers er bij een bedrijf werken, is een redelijk eenvoudige vraag. Medewerkers moeten worden uitbetaald, wat eenvoudig in de HR-systemen gevonden moet kunnen worden.De vraag is, rapporteren de  het aantal werknemers?

  • FrieslandCampina heeft ‘ruim 19.000 medewerkers’. Precieze cijfers worden gerapporteerd in FTE, er werken 19.036 Full Time Equivalents. Ik lees hieruit dat er vrijwel geen mensne in deeltijd werken bij FrienslandCampina. Dat roept wel vragen bij mij op.
  • Nutreco telt 10.651 koppen. Dit is gelijk aan 10.116 FTE in het jaar-ultimo.
  • Unilever heeft 171.000 medewerkers aan het einde van het jaar.

De vergelijkbaarheid van dit cijfer zou groter zijn, indien alle drie de bedrijven een gelijke definitie gebruiken. Zowel in meeteenheid, als in meetmoment. En dit ook helder communiceren.

Mijn voorkeur zou zijn, om het aantal medewerkers in 2 getallen te rapporteren:

  • Aantal medewerkers aan het einde van het jaar
  • FTE als jaar-ultimo

Diversiteit in het bedrijf

  • FrieslandCampina heeft 12% vrouwen in de top 70: 8. In de top 200 is dat 17,5%. Op het hoofdkantoor werken 15 nationaliteiten.
  • Nutreco de medewerkers worden onderverdeeld in percentages: 8,7% part-time, 25,9% vrouwen, 14,1% met een tijdelijk contract, 10,2% in management posities. Dat laatste cijfer roept wel vragen bij mij op: is dat niet wat veel?
  • Unilever beschrijft diversiteit niet van de medewerkers, maar wel in de hogere posities: 28% van de medewerkers in senior posities is vrouw. Daarnaast is 30% van het Non-Excutive management vrouw. Boeiend begrip: Non-Executives. Een zoektocht levert op dat Unilever 2 Executives heeft: een CEO en een CFO.

De vergelijkbaarheid van deze cijfers is onmogelijk. Dit vraagt echt om een heldere richtlijn van GRI, in de algemene richtlijnen en wellicht ook op sectorniveau.

Mijn voorkeur zou zijn om diversiteit altijd in twee groepen te rapporteren: bedrijfsbreed en op managementniveau.

  • Bedrijfsbreed: Alle medewerkers worden onderverdeeld in de percentages vrouw, part-time en tijdelijk contract.
  • Management niveau: Percentage vrouwen in hoger management, bijvoorbeeld de bovenste 3 lagen (De precieze definitie dat laat ik graag aan de HR-experts over). Daarnaast stel ik voor het percentage vrouwen in de boardroom(s).

CO2

  • FrieslandCampina heeft een uitstoot van 1.259 kton CO2, opgebouwd uit Elektriciteit, Stookolie en Aardgas. Wat opvalt is dat geen inzicht wordt gegeven in de uitstoot vanwege vervoer. Terwijl het mij logisch lijkt, dat dit een substantieel aandeel in de uitstoot heeft.
  • Nutreco heeft een uitstoot van 207.370 ton CO2. Het bedrijf heeft dit getal ook gekoppeld aan een doelstelling in 2015: 161.110 ton CO2, de helft van de uitstoot in 2009.
  • Unilever heeft een uitstoot van 117,41 kilo per ton productie.

Wat opvalt is dat de cijfers alledrie een andere eenheid gebruiken: kilo, ton of kiloton. Ook is het opvallend dat deze voorlopers in duurzaamheidsrapportage de CO2 niet onderverdelen in de scope’s 1, 2 en 3. De KPI van Unilever bevalt me enorm, omdat het een getal is relatief aan de productie. Wel vreemd dat het totaal niet gepubliceerd wordt.

Mijn voorkeur zou zijn om:

  • De totale uitstoot CO2 altijd te rapporteren, onderverdeeld in de scopes van het Green House Gas Protocol. En om duidelijk aan te geven welke energiebronnen worden meegenomen in de berekening.
  • CO2 relatief aan de productie, in tonnen of in geld. Al naar gelang de bedrijfstak.

Waterverbruik

  • FrieslandCampina heeft een verbruik van 33.823 x 1000 m3, onderverdeeld naar grondwater, leidingwater en overig water. De doelstelling is om het waterverbruik terug te dringen met 20% in 2020.
  • Nutreco verwijst naar de website voor haar waterverbruik. Daar vind je een enorme tabel met onderaan verstopt de totalen:2.734.094 m3, wat gelijk is aan 0,306 m3 per ton productie.
  • Unilever heeft een waterverbruik van 2,48 m3 per ton productie.

Mijn voorkeur zou zijn om:

  • Het totale waterverbruik rapporteren.
  • De afvoer van afvalwater rapporteren.
  • Voor niet industriële sectoren dient deze indicator specifiek gemaakt te worden. Zo is de impact van water op een kantoor- of retail-organisatie minimaal.

[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

0 Responses

  1. Beste Menno,

    Heb eerder deze week mijn commentaar op de G4 richtlijn gegeven. Deze komt in veel opzichten overeen met jouw kritiek. De complexiteit en hoeveelheid parameters wordt onnodig vergroot. Zelfs voor een ervaren “reporter” als Philips is het bijna niet te doen alle gevraagde informatie aan te leveren – maar wat belangrijker is – ik geloof niet dat dit alles tot betere inzichten bij de stakeholders van Philips zal leiden.

    Ik denk dat er in het algemeen een behoefte is aan dunnere verslagen die meer “forward looking” worden, een beter inzicht geven in de risico’s van ondernemingen, en een duidelijkere focus op materialiteit hebben. Met de G4 richtlijn zullen verslagen zeker niet dunner worden – en of er verbeteringen op de andere aspecten komen is maar zeer de vraag.

    Groeten, Simon

    Reply
    1. Dank je wel voor je reactie Simon.

      Hoe heeft GRI gereageerd op de reactie van een bedrijf als Philips? Philips is regelmatig sector index leader in de DJSI en standaard in de top 3 van de Transparantiebenchmark. Kritiek van zo’n organisatie zou ik toch wel erg serieus nemen.

      Als een doorgewinterde reporter als Philips stelt ‘dat het bijna niet meer te doen is’. Dan vrees ik voor de andere bedrijven die hun best doen haar stakeholders inzicht te geven hoe zij ondernemen. GRI4 wordt dan een hindernis, niet een richtlijn.

      En ik ben het helemaal met je eens dat geïnteresseerden graag een leesbaar verslag wilen, die laat zien welke stappen er gezet worden. Liever 4 bladzijden die gelezen worden, dan 202 waar doorheen gebladerd wordt.
      Voor de analisten, en specialisten zoals ik, is een cijferbijlage een belangrijke toegevoegde waarde. Dit leesverslag, zoals the big picture van ING, kan dan verrijkt worden met links naar de detail-informatie en de meer uitgebreide verklaring bij de cijfers.

      Reply
  2. Hoi Menno, interessant.
    Zelf streef ik ook altijd naar vergelijkbaarheid.

    Je laatste bullits slaan nu niet op water. Ben ook benieuwd wat hier je voorkeur zou zijn.

    Reply
    1. Beste Loek,

      Dank je wel voor je waarschuwing. Ik heb mijn blog afgemaakt in de trein, en blijkbaar heeft de iPhone even geen verbinding gelegd tussen mijn server en mijn Lapptop.

      Voor de financiële dienstverlening zou ik graag weten hoeveel €uro aan waterprojecten er gefinancierd is, en hoe deze projecten bijdragen aan de watervoorziening van omwonenden. Ik denk dan aan investeringen in dijken en dammen voor elektriciteitswinning.
      In de retail gaat het wellicht over het toegankelijk maken van drinkwater aan de klanten. Maar ik spreek hierbij wel voor mijn beurt: sector supplementen dienen gemaakt te worden door specialisten uit de sector zelf! Daar kan MVOplossingen als onafhankelijke consultant best aan meedenken, maar kan het nooit het voortouw nemen. Dan maak ik alleen maar een uitglijder!

      Reply
  3. Beste Menno,

    Ik kan mij niet anders dan aansluiten bij jouw betoog. Volgens zou de kracht van een internationale richtlijn als GRI moeten zijn om de vergelijkbaarheid en daarmee transparantie van duurzaamheidsverslagen te versterken.
    De ontwikkeling van de GRI4 richtlijnen maakt alleen maar grote stappen hier verder vanaf zo lijkt. Mij is het in ieder geval nog niet duidelijk wat de toegevoegde waarde is van deze vernieuwing.

    Maar ik laat me (nog) graag verrassen!

    Reply
  4. Beste Menno,

    Je analyse is ons uit het hart gegrepen. G4 in de voorgestelde vorm is nodeloos complex en ondoenlijk. De mate van detail is stuitend en volstrekt irrelevant voor het overgrote deel van het bedrijfsproces. Ogenschijnlijk lijkt GRI door een concretere lijst van reportables aan te reiken het rapporteren gemakkelijker te willen maken. Echter, het zadelt daarmee bedrijven tot op molecuulniveau op met nog meer verwarring. Hoe moet een bedrijf bijvoorbeeld zijn verbruikte of ingekochte materialen categoriseren naar ‘type leverancier’? Wat is een leverancier en laat die zich wel in typologieën vangen? En als dat laatste al mogelijk zou zijn – quod non! – wie heeft dan iets aan die kennis? Het bedrijf en haar klanten hebben daar niets aan. Het verhogen van rapportage-eisen op een manier die voor het bedrijf en klanten niet zinvol is leidt tot kostenverhoging. Het lijkt er op dat G4 stiekem gekaapt is vanuit een puur investeerders- en NGO-perspectief. Echter, dit betekent dat partijen die vanuit deze perspectieven werken de kosten voor informatievoorziening en -analyse die zij zelf zouden moeten maken afwentelen op bedrijven. Dat lijkt me niet in balans, en ook niet rechtvaardig.
    En dan is er nog een ‘backdoor virus’ dat op de loer ligt: Vanuit SASB en GRI wordt momenteel gewerkt aan het vaststellen van welke onderwerpen per bedrijfssector materieel zouden zijn. De eerste tekenen daarvan leiden ook al aan ongebreidelde mate van detail. Het bepalen van wat voor een sector materieel legt de ondernemer een bepaald businessmodel op. Killing voor creativiteit en innovatie.

    Tenslotte zijn op het niveau van sectoren tal van business principles, frameworks en standaards in de maak die vaak net weer een andere wijze van meten en rapporteren vereisen. Denk aan Global Compact, Equator Principles, FAO/Committee for Food Security, IFC, Worldbank, UNEP, G4 zou de flexibiliteit moeten hebben de sectorspecifieke oplossingen te gebruiken.
    Tenslotte is het onwenselijk om GRI en IIRC in compleet eigen timelines hun zaakjes te zien ontwikkelen, hetgeen mogelijk leidt tot hoge (omstel)kosten voor bedrijven als zij early adopter willen zijn. Tenslotte zou het GRI sieren als zij bij hun nieuwe framework een analyse toevoegen van wat naar het idee van GRI de impact is van een ideale implementatie van G4, zodat dit framework ook transparant wordt in zijn invoerings- en uitvoeringskosten.

    Reply
    1. Beste Olaf en Menno,

      Ik ben nog niet in de gelegenheid geweest om de G4 richtlijnen te bekijken. Ik heb inmiddels wel diverse mensen gesproken die zich er wel al enigszins in verdiept hebben en de commentaren zijn niet van de lucht.
      Door jouw feedback en die van Menno vrees ik inmiddels wel met grote vrezen dat de richtlijnen een bedrijf zal afschrikken om uberhaubt op basis van GRI indicatoren te gaan rapporteren.
      Als indicatoren zo gedetailleerd worden of ver af staan van materialiteit dan is dat inj een organisatie niet meer uit te leggen.
      Laat staan dat het in de huidige tijd te verantwoorden is om zoveel tijd te besteden aan terwijl je waarde moet toevoegen voor je klant en maatschappij.
      Waar ligt dan inderdaad exact die toegevoegde waarde middels GRI rapportage?

      Ik ben het helemaal met Menno eens dat transparantie en vooral vereenvoudiging voor vergelijking voorop moet staan. Liever over minder items rapporteren maar dan wel grondig en eenduidig.

      Reply
    2. Beste Olaf,

      Ik heb juist het vermoeden dat de grote 4 de Audits nog complexer willen hebben. Dat dat de motor is voor het integreren van de suypplychain en andere doorgeschoten details.

      Reply

Geef een reactie