Hoe vergelijkbaar zijn de vier grote bouwbedrijven

In mijn ogen zijn de 4 grote bouwbedrijven redelijk vergelijkbare bedrijven: ze bouwen naast grote infrastructuur als wegen en bruggen, ook gebouwen en kantoren. De grootste twee, BAM en VolkerWessels hebben ook een bedrijfsonderdeel dat spoorwegen bouwt. Ik ben benieuwd of ik na het bestuderen van de verslagen van BAM, VolkerWessels, Heijmans en Ballast Nedam een vergelijkbaar beeld heb van de vier. En of ik kan zien of de bedrijven een ander karakter hebben.

Hoe vergelijkbaar zijn de verslagen?

De verslagen zijn geschreven voor analisten: gedetailleerde informatie, zakelijke schrijfstijl, logische opbouw, strakke vormgeving. De verslagen zijn ook naar elkaar toegegroeid:

  • BAM had van oudsher een traditioneel verslag. Tom van Beek had me al verteld dat het verslag over 2011 frivoler zou worden. En dat is gelukt. Het verslag heeft meer plaatjes, waaronder de hoofdstuknummering in takjes. De info-graphics over de ecologische voetafdruk in de keten op bladzijde 8 zijn interessant, al mis ik wel het getal naast de voetjes. De meeste waardering verdient dit verslag van mij, voor het feit dat zoveel stakeholders aan het woord gelaten worden.
  • VolkerWessels heeft nog steeds een echt Rotterdams verslag: korte zinnen met een zakelijke beschrijving. Heel sterk vind ik dat dit verslag in een spread in 1 oogopslag de actuele cijfers en de doelstellingen laat zien, inclusief beoordeling: doelstelling gehaald of niet gehaald. Ook is de introductie helder, in een paar bladzijden tekst leer je het bedrijf in zijn geheel kennen.
  • Over het verslag van 2010 van Heijmans was ik nogal enthousiast en schreef ik: Een speels verslag maakt dat mensen doorlezen. De speelse verhaallijn boven de tekst met de informatie in een notendop is jammer genoeg verdwenen. Toch schrijft het bedrijf in mijn ogen het meest sprankelende rapport van de vier. Wat verder bijzonder is, aan Heijmans is dat ze haar verslag en ambities toelicht in een webinar, op 9 mei van 14 tot 15 uur.
  • Ballast Nedam heeft een geïntegreerd verslag van 206 kantjes. Ik hoop dat ze volgend jaar de PDF iets interactiever maakt, zodat ik vanuit de inhoudsopgave direct naar de juiste pagina kan navigeren. De wijze waarop de elf aandachtsgebieden het verhaal structureren is een krachtig voorbeeld van MVO beleid in de jaarlijkse rapportage. Als professional in duurzaamheid, vind ik het wel jammer dat de kerncijfers geen enkele MVO indicatoren bevatten.

De verslagen in een notendop

BAM was in 2007 het eerste bouwbedrijf dat rapporteerde en is nog steeds de koploper in de sector: zowel op het applicatieniveau, als in de transparantie benchmark. Wat opvalt is dat sinds dit jaar, alle vier de bouwbedrijven het verslag laten controleren door een externe auditor.

Ballast Nedam is de enige van de vier dat een geïntegreerd verslag schrijft. Sterker nog, het heeft nooit een separaat verslag geschreven. Het geïntegreerde verslag is daardoor tweeënhalf keer zo dik als de separate verslagen.

Ballast Nedam scoort relatief laag op transparantie, maar dat is vertekend: ze heeft ervoor gekozen de transparantiebenchmark niet zelfstandig in te vullen. En dat kost punten.

Kerncijfers

Ik selecteer de KPI’s op basis van materialiteit. De belangrijkste indicatoren voor een bouwbedrijf zijn in mijn ogen:

  1. Veiligheid van de medewerkers, de industrie is tenslotte werkzaam in een redelijk zwaar en gevaarlijk beroep.
  2. Ecologische voetafdruk gemeten in CO2.

Tot mijn vreugde lees ik in het verslag van BAM, dat zij het eens is met deze keuze:

Het beleid ten aanzien van maatschappelijk verantwoord
 ondernemen zal zich toespitsen op het bevorderen van een goede gezondheid en veilige werkomstandigheden
in het gehele bouwproces, het verminderen van de
 ‘CO2-voetafdruk’ en afval.

Veiligheid en gezondheid

In deze blog stel ik de vraag: Hoe vergelijkbaar zijn de vier grote bouwbedrijven. Het antwoord is: behoorlijk! Alle vier de bedrijven besteden ruim aandacht aan de gezondheid en veiligheid van hun medewerkers. Wat bovenal opvalt is dat alle vier de bedrijven dezelfde KPI’s rapporteren, wat de bedrijven goed vergelijkbaar maakt.

De ziekteverzuim percentages schommelen rond de 4,5%. De twee bedrijven met een ziekteverzuim-percentage boven de 4,5 koppelen een doelstelling aan hun hogere cijfers: Heijmans 4,5, Ballast Nedam 4,8. Ik zou het interessant vinden wanneer de bedrijven in een volgend jaargang aangeven, wat een verlaging van de ziektecijfers zou betekenen voor de kosten.

Fatale bedrijfsongevallen komen gelukkig weinig voor. Dit jaar heeft alleen BAM verongelukte medewerkers te betreuren. Wat ontbreekt in mijn ogen zijn de bedrijfsongevallen door onderaannemers. Het wemelt op de bouwplaatsen van bouwvakkers van externe partijen. De risico’s voor deze mensen schat ik zelfs hoger in dan voor het eigen personeel.

Incident Frequency onderverdeeld naar landenIF staat voor Injury Frequency en is de ongevallen index in deze bedrijfstak, omgerekend naar gewerkte uren.

Wat opvalt is de enorme transparantie van BAM. Uit de cijfers lees ik dat BAM de ongevallen index in België niet onder controle krijgt: 22 is een hoog getal in vergelijking met de overige bedrijven en  zeker ook gezien de interne doelstelling voor 2012: 6,5. Duitsland lijkt wel op de goede weg. Wat mij betreft hoort bij een dergelijke transparantie in cijfers, een even ambitieuze verklaring. Deze getallen vragen om een verklaring. Maar deze ontbreekt.

Ook Heijmans levert relatief veel transparantie, door de ongevallen te beschrijven aan de hand van 3 KPI’s. Een duiding van de cijfers ontbreekt, terwijl ik de cijfers niet intuïtief begrijp. Een gemiddelde verzuimduur van 184 lijkt me echter erg veel: een half jaar! Terwijl een IP van 0,18 me juist helemaal niets zegt. Als ik deze cijfers zie, denk ik dat Heijmans nieIncident Frequency bij Heijmansmand in dienst heeft die de interne specialisten er op attent maakt, dat deze getallen bij externe geïnteresseerden vooral vragen oproepen.

Dat is meteen de les die ik leer uit deze verslagen: Een grote mate aan transparantie is lovenswaardig, maar zonder duiding levert het de gemiddelde lezer weinig op.

De ecologische voetafdruk

De bedrijven rapporteren de CO2 uitstoot in kilotonnen CO2. Waarbij Heijmans en Ballast Nedam veel meer cijfers achter de komma rapporteren.

Kerncijfers over CO2 bij BAM, VolkerWesses, Heijmans en Ballast NedamVolgens mij kunnen weinig mensen een beeld vormen van de kilotonnen CO2. Dit getal vraagt in mijn ogen om een beschrijving in de menselijke maat. Vorig jaar heeft VolkerWessels dat ook geprobeerd: de gemiddelde CO2 uitstoot was gelijk aan het gewicht van 4 mannetjes olifanten. Leuke vergelijking, maar het verheldert niet mijn beeld. Voor Beter Bed heb ik de uitstoot vergeleken met woonplaatsen: De CO2 uitstoot van BeterBed Holding is gelijk aan de uitstoot van 2.500 gezinnen, ofwel het dorp Ruurlo in Gelderland.

Om de bedrijven te vergelijken heb ik de CO2 uitgedrukt volgens de uitstekende KPI van Ballast Nedam: ton CO2 per miljoen euro omzet. Een onderzoek in detail levert mij altijd een onverwacht inzicht op: De gerapporteerde CO2 van Ballast Nedam blijkt de CO2 van Ballast Nedam Nederland te zijn. Het staat er correct, maar je moet duurzaamheidsverslagen geconcentreerd lezen om de nuances te zien.

Verder is het opvallend dat de getallen behoorlijk uiteenlopen: De CO2 afgezet tegen de omzet is voor BAM 5%, VolkerWessels 23% en Ballast Nedam 65% hoger dan bij Heijmans. Dit roept vragen op. Wellicht lijken de vier bouwbedrijven minder op elkaar dan ik vooraf dacht. Ik hoop dat de bedrijven op mijn blog reageren met een verklaring.

Ten slotte maakt dit onderzoekje duidelijk dat de CO2 prestatieladder van groot belang is voor de bouwbedrijven. In alle rapportages wordt uitgebreid geschreven over de prestatieladder. Ballast Nedam:

De CO2-prestatieladder wordt steeds belangrijker; niet alleen voor Ballast Nedam, maar voor de hele branche. De bouwketen kan met een helder en toegankelijk instrument de gezamenlijke CO2- prestaties op projectniveau inzichtelijk maken voor de klant. Dat is maatschappelijk relevant, zeker voor bedrijven die meerwaarde willen bieden door ketensamenwerking.

Alleen BAM rapporteert niet hoe zij op de prestatieladder gescoord heeft.

Dit onderzoek maakt duidelijk dat de vier bouwbedrijven:

  • De belangrijkste indicatoren vergelijkbaar rapporteren. (Lees hieronder de reacties, en leer dat de definities nog van elkaar kunnen verschillen)
  • Duiding van de cijfers vrijwel achterwege laten. Wel wordt soms geschreven over de redenen van de ontwikkeling, maar een verklaring van de getallen is blijkbaar nog een brug te ver.
  • Verwachten dat de lezer goed op de hoogte is van CO2 uitstoot: De menselijke maat is afwezig.

Bijzondere prestaties van de individuele bouwbedrijven:

  • VolkerWessels heeft haar CO2 uitstoot met 5% weten te reduceren. Ik weet door mijn samenwerking met VolkerWessels dat deze uitkomst het resultaat is van een bijzonder intensief programma. Het bedrijf heeft meer dan 75 dochterondernemingen die zelfstandig beslissingen kunnen nemen. Om deze op een lijn te krijgen, is al een klus op zich. VolkerWessels heeft gebruik gemaakt van CRedit360 om de data te verzamelen en de CO2 te berekenen. Vervolgens heeft KPMG de cijfers geverifieerd. Een bewezen reductie van 5% is knap, zeker als je bedenkt dat de omzet met 6% gestegen is. meer informatie…
  • Heijmans is in Lent, tegenwoordig een buitenwijk van Nijmegen, het project de Groene Oever aan het opleveren. Dit project kenmerkt zich door duurzame woningbouw: De woningen worden standaard voorzien van zonnecellen, hotfill-aansluitingen en zonneboilers. Additioneel kunnen de kopers nog uit 15 duurzame opties kiezen. Een greep uit de opties: warmte terug winning van de douche, zonwerend glas en nestkasten voor vogels en/of vleermuizen. Heel inspirerend dat klanten mee kunnen beslissen hoe duurzaam het huis gebouwd wordt. Ook interessant aan dit project is, dat voordat de wijk klaar is het openbaar vervoer al op hoog niveau aanwezig is.
  • Ballast Nedam heeft de IQwoningen ontworpen. Dit is een interessant innovatief concept, waarin woningen in een fabrieksomgeving worden gebouwd. Dit is volgens BN efficiënter (reductie van 30 tot 40% in de veroersbewegingen!) en maakt het bedrijf beter in staat om flexibel in te speen op de woningmarkt die nu al meer dan twee jaar in het slob zit. In een korte periode van 6 weken worden de woningen vervolgens op locatie wordt afgebouwd. Dat lijkt me als klant wel een fijne gedachte. Nu zijn er mensen die in de nachtmerrie beland zijn een huis gekocht hebben, waarvan de aannemer halverwege failliet gegaan is. Waarna het huis niet afgebouwd wordt. De IQwoning hebben een gemiddelde GPR-score van 8 (maximale score is 10) en zijn dus enorm geïsoleerd, waarbij meteen gezorgd wordt voor gezonde ventilatie.

7 Responses

  1. Het is inderdaad interessant om de bedrijven een keer op deze manier met elkaar te vergelijken. Heijmans geeft een brede invulling aan duurzaamheid waarvan ook onderwerpen zoals afvalstoffen en diversiteit een onderdeel uitmaken, aspecten die in de analyse minder naar voren komen.
    Ook is voor een bedrijf niet alleen de bedrijfsvoering van belang maar ook welke producten ze maken en hoe die een bijdrage leveren aan een duurzamere maatschappij. Initiatieven zoals het maken van duurzame woningen (www.groeneoever.nl) of innovatieve ontwikkelingen zoals duurzaam asfalt of slimme oplaadinfrastructuur voor elektrische auto’s zijn ook van belang.

    Reply
    1. Beste Robert,
      Dank je wel voor de uitnodiging voor de webinar over het verslag van Heijmans. Ik was vooral onder de indruk van de presentatie van de directievoorzitter. Ton Hillen is duidelijk goed op de hoogte van het duurzaamheidsbeleid en neemt een positie in die ik typeer als financieel gezond en prettig ambitieus. Een mooi voorbeeld daarvan is het besluit om ook ongevraagd FSC-hout toe te passen: helder duurzaam plan, wat vast heel betaalbaar is.

      Reply
  2. Een mooie vergelijking van de duurzaamheidsverslagen van onze sector. We maken allen grote stappen voorwaarts met mooie, concrete initiatieven.
    Dat het onze gezamelijke ambitie mag blijven zijn als grote bouwers (ook naar de toekomst toe) om onze duurzaamheidsverslagen transparant, begrijpbaar en onderling goed vergelijkbaar te laten zijn.

    Reply
  3. Het onderling vergelijken van de CO2-uitstoot is een lastig verhaal. Het is afhankelijk van de organisatiegrenzen die worden aangehouden (zoals je bij Ballast Neddam al had geconstateerd). In de Infra zit veel CO2-uitstoot bij onderaannemers, die soms tot wel 80% van het werk voor hun rekening nemen. Verder stoot een funderingsbebedrijf met eigen materieel natuurlijk meer CO2 uit dan een ingenieursbureau. Dus de mix van type activiteiten is ook sterk bepalend. Het is geen industrie met regelmatige productie van fabrieken.

    Reply
    1. Dank je wel voor je verklaring. Dit maakt goed duidelijk hoe ingewikkeld goed rapporteren is. Duurzaamheid is bijna per definitie nooit eenvoudig:
      allereerst gaat het gaat om het afwegen van belangen: wat goed is voor je medewerkers, kan slecht zijn voor je aandeelhouders of het milieu.
      Daarnaast is goede MVO ondersteunend aan het bedrijfsproces. Dat vraagt dat je KPIs definieert die bedrijven helpen stappen te zetten in duurzaamheid.

      Vraag: Heeft Heijmans de ambitie om CO2 in de keten, scope 3, te gaan rapporteren?

      Reply
  4. Zoals Wendeline (Besier van VolkerWessels, MK) al aangaf vind ik het heel interessant om op deze wijze de 4 Nederlandse bouwbedrijven zo naast elkaar vergeleken te zien. Daar is een jaarverslag onder meer ook voor bedoeld. Wat juist opvallend is, is dat ondanks dat de bedrijven dezelfde onderwerpen aankaarten de vergelijkbaarheid heel moeilijk is. Voorbeeld hiervan zijn
    1. De definities voor veiligheid die binnen bijvoorbeeld BAM heel anders zijn gedefinieerd dan bij Ballast Nedam waardoor vergelijking snel mank gaat.
    2. Kijk je naar de CO2 getallen dan is inderdaad, zoals Frank (Hoekemeijer van Heijmans, MK) ook aangeeft, belangrijk inzicht te hebben in de type activiteiten die meegerekend worden. Ballast Nedam neemt haar gietijzerei bijvoorbeeld voor 100% mee in de berekeningen en een participatie van bijvoorbeeld 25% in een asfaltcentrale nemen zij ook voor 25% mee in de berekening.

    Wat voor mij belangrijk is, is te zien dat iedereen heel hard bezig is met duurzaamheid en dat de uitdaging erin bestaat om de activiteiten op dit gebied steeds transparanter te maken. Ballast Nedam werkt daar hard aan.

    Reply
    1. Dat ben ik helemaal met je eens Susanne (en Wendeline). De Nederlandse bouw industrie is een bedrijfstak die voorloopt in MVO rapportage.
      Ook is het erg sterk, dat de bedrijven onderling met elkaar discussiëren over KPIs en definities.
      Juist die moeizame vergelijkbaarheid, maakt dat ik graag zou zien dat cijfers meer van commentaar worden voorzien. Maar ik weet dat dat niet altijd makkelijk is.

      Reply

Geef een reactie